Veelgestelde vragen over de taaleis 3F

Het blijkt dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de taaleis 3F. Waar gaat het nu precies om en wat moet er gebeuren? Enkele veelgestelde vragen worden hieronder beantwoord.

Op 1 januari 2018 is de nieuwe Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) in werking getreden. Het doel van deze wet is om de kwaliteit en toegankelijkheid van kinderopvang te verbeteren. Een groot aantal veranderingen wordt tot en met 1 januari 2023 doorgevoerd. Eén van de nieuwe eisen waaraan dan voldaan moet worden is dat pedagogisch medewerkers aantoonbaar beschikken over het taalniveau 3F op het onderdeel mondelinge taalvaardigheid. Mondelinge taalvaardigheid bestaat uit de onderdelen spreken, gesprekken voeren en luisteren. 

In 2010 heeft de Nederlandse regering verschillende taalniveaus laten beschrijven door de Commissie Meijerink. Dit zijn de zogenoemde ‘referentieniveaus’, variërend van 1F t/m 4F. Het 3F- niveau staat voor professioneel taalgebruik. Van pedagogisch medewerkers wordt verwacht dat zij over de volgende mondelinge taalvaardigheden (niveau 3F) beschikken:

  • Kan op effectieve wijze deelnemen aan gesprekken over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
  • Kan luisteren naar een variatie aan teksten over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard.
  • Kan monologen en presentaties houden over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard waarin ideeën worden uitgewerkt en voorzien van relevante voorbeelden.
  • De volledige beschrijving van de referentieniveaus is te vinden op de website van het steunpunt Taal en Rekenen.


Het taalniveau 3F wordt sinds een aantal jaren gevraagd van alle deelnemers aan de eindexamens havo (en vwo) en van studenten die het centraal examen mbo op niveau 4 maken. Optioneel is het centraal examen taalniveau 3F ook voor studenten van mbo niveau 3 beschikbaar. 

De aanduiding B2 verwijst naar een indeling in taalniveaus in het Europees Referentiekader voor Talen. Dit is een ander referentiekader, dat vaak gebruikt wordt om de vaardigheden van anderstalige medewerkers (medewerkers met een andere moedertaal) te beoordelen. Er is afgesproken dat het taalniveau B2 gelijk staat aan het taalniveau 3F. Dit betekent dat een B2-indicatie voor mondelinge taalvaardigheden (voor de onderdelen spreken, gesprekken, voeren en luisteren) recht geeft op vrijstelling van het maken van een taaltoets 3F. Lees meer over de vrijstellingen voor de taaleis 3F.

Met het intreden van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) wordt het wettelijk verplicht dat pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en buitenschoolse opvang beschikken over taalniveau 3F op het onderdeel mondelinge taalvaardigheid.

De overheid stelt dat de Nederlandse taalvaardigheid van pedagogisch medewerkers van een goed niveau moet zijn om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren en te zorgen voor een taalrijke omgeving. Deskundigen hebben aangegeven dat hiervoor beheersing van het mondelinge taalniveau 3F (Referentiekader Commissie Meijerink) gewenst is.

Pedagogisch medewerkers in de kinderopvang hebben uitstekende taal- en interactievaardigheden nodig. Zo kunnen zij kinderen een goed taalaanbod doen, hen stimuleren om actief taal te gebruiken en feedback geven op hun taaluitingen. Een goede beheersing van het Nederlands helpt pedagogisch medewerkers om zich vrij en goed toegerust voelen om veel met kinderen, ouders en collega’s te praten.

Kinderopvangorganisaties moeten een keuze maken voor scholing. De onderstaande vragen helpen om de juiste een keuze te maken:

  • Kunt u een reële inschatting maken van het taalvaardigheidsniveau van uw medewerkers? Hebt u zicht op het aantal medewerkers dat geen recht heeft op vrijstelling? Lees meer over de vrijstellingen voor de taaleis 3F.
  • Hoe zorgt u ervoor dat de taaleis 3F op een positieve manier bijdraagt aan een meer taalrijke werkomgeving, zonder dat de taaleis onnodig belastend en stressvol is voor de pm’ers? Sardes en Mister Dutch bieden verschillende opties voor scholing en toetsing. Lees meer.
  • Welke rol speelt het thema taal binnen uw organisatie? Liggen er kansen om de taaleis 3F in te zetten ten bate van een duurzaam taalrijke kinderopvang? Neem contact op met info@taalindekinderopvang.nl

Er worden veel verschillende soorten scholing en toetsing aangeboden, het aanbod verschilt onderling sterk. Het heeft grote voordelen om te kiezen voor scholing én toetsing toegespitst op de dagelijkse praktijk van uw medewerkers. Dergelijke scholing en toetsing zijn voor pedagogisch medewerkers herkenbaar en relevant en kunnen veel stress en kosten voorkomen.

Dat ligt aan de scholing waarvoor wordt gekozen. Langdurige en intensieve scholing voorafgaand aan de toets is lang niet altijd nodig en vaak erg duur. Veel pedagogisch medewerkers slagen met de juiste voorbereiding voor het eerste toetsmoment. Een goede voorbereiding hierop maakt veel verschil. Het onnodig langdurig scholen van pedagogisch medewerkers leidt tot extra verletkosten, die voorkomen kunnen worden door te kiezen voor een scholingsaanbod dat past bij uw organisatie. De opfriscursus van Sardes die bestaat uit twee bijeenkomsten van twee uur, is een prima voorbereiding op de toets. Neem contact op met info@taalindekinderopvang.nl om te weten hoe wij scholing en toetsing laten aansluiten bij individuele organisaties.

Het vooruitzicht een toets te moeten maken kan leiden tot stress en onzekerheid bij pedagogisch medewerkers. Goede voorlichting en de keuze voor passende toetsing en scholing zijn daarom essentieel. Dat betekent:

pedagogisch medewerkers duidelijk uitleggen wat er van hen gevraagd wordt bij de taaltoets en hen alleen daarop te laten scholen. De taaleis 3F in de kinderopvang heeft alleen betrekking op mondelinge taalvaardigheid. Andere onderdelen (lezen en schrijven) zijn niet wettelijk verplicht. 

Een taaltoets 3F heeft een belangrijke meerwaarde, als hij mbo-gecertificeerd is. Dit betekent dat het taalcertificaat erkend wordt door mbo-instellingen en andere opleiders en bij eventuele vervolgstudies op het mbo of hbo vrijstelling oplevert voor taalcomponenten. 

Ook is het belangrijk dat de toets specifiek gericht is op het beroep van pedagogisch medewerker. Een algemene mbo-taaltoets gaat niet over het dagelijkse werk van pedagogisch medewerkers. Dit schrikt vaak (onnodig) af en komt niet ten goede aan de resultaten die behaald worden.

Mister Dutch heeft toetsen ontwikkeld die mbo-gecertificeerd zijn, voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen en specifiek gericht zijn op pedagogisch medewerkers die (i) in de kinderdagopvang werkzaam zijn, (ii) in de buitenschoolse opvang werken of (iii) zich richten op het werken met baby’s. Lees meer over het toetsingsaanbod van Mister Dutch.

Het doel van de mondelinge taaleis 3F is de taalkwaliteit van de kinderopvang te versterken. Van een toetsingsmoment alleen kan echter niet verwacht worden dat dit leidt tot duurzaam werken aan taal en taalontwikkeling binnen een organisatie. 

Van het opleiden van eigen taalcoaches kan dat wel verwacht worden. Dat draagt daadwerkelijk bij aan professionalisering van uw organisatie en kwaliteitsverbetering op de werkvloer. Lees meer over de aanpak Taalcoach in de kinderopvang.

De Brancheorganisatie Kinderopvang (BK) heeft een lijst samengesteld met informatie over vrijstellingen. De lijst kunt u hier terugvinden.

Voor pedagogisch medewerkers in de VVE geldt een taaleis 3F voor mondelinge taalvaardigheid en leesvaardigheid. Voor medewerkers in de reguliere kinderopvang geldt alleen een taaleis 3F voor mondelinge taalvaardigheid. 

Pedagogisch medewerkers die werken op de voorschool werken vaak met kinderen die risico lopen op een achterstand in het onderwijs. Dit is de reden dat de taaleisen in de VVE hoger zijn.

Wanneer pedagogisch medewerkers in de kinderopvang  in de toekomst ook actief willen worden op VVE-groepen, loont het om te kijken of er ook een certificaat op het onderdeel leesvaardigheid behaald kan worden. Mister Dutch biedt een toets leesvaardigheid op 3F-niveau kosteloos aan naast de 3F-toets mondelinge taalvaardigheid.

De GGD controleert vanaf 1 januari 2023 of pedagogisch medewerkers voldoen aan de taaleis 3F. 

Waarschijnlijk zal er straks gevraagd worden om 3F-bewijzen (diploma’s, certificaten) te overleggen. Het is dus aan te raden een kopie van deze bewijzen in uw administratie op te nemen.

Het stellen van een eis aan de mondelinge taalvaardigheid van pedagogisch medewerkers leidt tot extra kosten voor toetsing, scholing en verletkosten. Het ministerie van SZW heeft deze kosten over een periode van vijf jaar begroot op een bedrag van €60 miljoen euro. Dit bedrag is verdisconteerd in de verhoging van de maximum uurprijzen in de kinderopvang. Klik hier voor de ministeriele regeling. 

Nee, dit is niet het geval. De maximum uurprijs gaat weliswaar omhoog, maar ouders kunnen ook meer geld terugkrijgen via de kinderopvangtoeslag. 

Nee, de gemeente hoeft hier niet aan bij te dragen. De bekostiging van 3F volgens de wet IKK wordt betaald via het uurtarief van de kinderopvang en ligt dus op rekening van de houder.

Wat zijn de juiste diploma’s om in de Kinderopvang te mogen werken? En wat zijn de aanvullende eisen? Lees alles over de kwalificatie-eisen voor pedagogisch medewerker en peuterspeelzaalleidster op de nieuw ontwikkelde site Kinderopvang werkt!. In de kwalificatie-eis voor pedagogisch medewerker worden diploma’s op minimaal MBO niveau 4 met een sterretje( *) aangegeven.